
Blogs
Intelligentieprofielen en problemen in het executief functioneren.
Wat is een disharmonisch intelligentieprofiel?
Hoogbegaafde kinderen zijn verbaal over het algemeen (zeer) sterk ontwikkeld; zij kunnen goed denken en redeneren in taal en hier verbaal uitdrukking aan geven. Daarnaast zijn zij goed in staat om een situatie te analyseren, verbanden te leggen en oplossingen te bedenken. In Intelligentieonderzoek met de WISC-V worden deze vaardigheden in kaart gebracht aan de hand van de indexen Verbaal Begrip (VBI) en Fluide Redeneren (FRI). Samen met de index Visueel Ruimtelijke Oriëntatie (VRI) vormt dit de Algemene Vaardigheid Index (AVI), wat je zou kunnen vergelijken met de software van een computer.
Het is leuk om state-of-the-art software te hebben, maar om dit te kunnen gebruiken ben je natuurlijk wel afhankelijk van de hardware waar je het op installeert. In Intelligentieonderzoek brengen we de ‘hardware’ van een kind in beeld met behulp van de indexen Werkgeheugen (WGI) en Verwerkingssnelheid (VSI). Tezamen vormen deze indexen de Cognitieve Competentie Index (CCI).
Bij hoogbegaafde kinderen komt het vaak voor dat de AVI (software) sterker ontwikkeld is dan de CCI (hardware). Uit zeer recent onderzoek onder 739 hoogbegaafde kinderen komen daarbij grofweg twee profielen naar voren:
1. Het homogene profiel: met hoge scores op de indexen VBI (127), VRI (124), FRI (128), WGI (126) en een hooggemiddelde score op de index VSI (117). Deze kinderen excelleren op alle onderdelen binnen de algemene vaardigheid index (AVI) en in iets mindere mate op het onderdeel verwerkingssnelheid binnen cognitieve competenties index (CCI).
2. Het crystallized profiel: met een zeer hoge score op de VBI (136), een hoge score op de FRI (123), een hooggemiddelde score op de indexen VRI (113) en WGI (115) en een gemiddelde score op de index VSI (103).
Ongeveer de helft van de onderzochte kinderen kwam uit het onderzoek naar voren met een homogeen profiel, de andere helft met een crystallized profiel. Dit betekent dat de groep hoogbegaafde kinderen heterogeen is en dat we niet van elk hoogbegaafd kind hetzelfde kunnen verwachten. Kinderen met een homogeen profiel zullen het op school over het algemeen goed doen (op cognitief gebied), terwijl we bij kinderen met een crystallized profiel geregeld problemen in het executief functioneren tegenkomen.
Wat zijn executieve functies?
Het begrip ‘executieve functies’ (of executieve vaardigheden) verwijst naar de vaardigheden die ons helpen om te beslissen op welke taken wij onze aandacht richten en welke wij kiezen om uit te voeren. Executieve functies kunnen ingezet worden op twee manieren:
1. Door het gebruik van denkvaardigheden die ons helpen om een beeld te vormen van ons doel, het pad er naartoe en de hulpbronnen die we onderweg nodig hebben. Dit doet een beroep op de functies plannen/organiseren, timemanagement, werkgeheugen en metacognitie.
2. Om ons doel ook daadwerkelijk te bereiken hebben we daarnaast ook vaardigheden nodig die ons helpen om ons gedrag te monitoren en waar nodig bij te stellen. Hiervoor hebben we de executieve vaardigheden inhibitie, emotieregulatie, volgehouden aandacht, taakinitiatie en flexibiliteit hard nodig.
Problemen bij een (relatief) zwak werkgeheugen
Het werkgeheugen is een cognitieve functie die ervoor zorgt dat informatie kan worden opgeslagen, opgehaald en bewerkt. In het dagelijks leven gebruiken we ons werkgeheugen veelvuldig, bijvoorbeeld bij het onthouden van instructies, het volgen van een verhaallijn, het vasthouden van de concentratie en het afmaken van een taak.
Kinderen met een (relatief) zwak werkgeheugen hebben op school vaak moeite om zich te concentreren en complexe taken uit te voeren. Het kost hen veel inspanning om meer dan twee dingen tegelijk te doen, wat bij vakken als begrijpend lezen en (inzichtelijk) rekenen nogal eens voor problemen zorgt. Problemen met het werkgeheugen komen bij hoogbegaafde kinderen vrij weinig voor.
Problemen bij een (relatief) lage verwerkingssnelheid
Kinderen met een (relatief) lage verwerkingssnelheid hebben meer tijd nodig om informatie te verwerken en hierop te reageren. Het gaat hier om simpele data zonder inhoud of betekentis die op onbewust niveau (automatisch) verwerkt en toegepast wordt. De verwerkingssnelheid van een persoon staat los van intelligentie. Het zegt niets over de mate waarin iemand in staat is om verbaal te redeneren, zich verbaal uit te drukken of complexe problemen te doorgronden en op te lossen. Van kinderen met een relatief lage verwerkingssnelheid is wel bekend dat zij over het algemeen meer moeite hebben met de volgende executieve vaardigheden:
Op school:
Thuis:
Kinderen met een lage verwerkingssnelheid lopen een groter risico op sociale problemen: circa 50% van deze kinderen heeft hier last van. Meestal zijn deze problemen licht tot matig. Slechts 7% heeft ernstige sociale problemen, maar vaak is er bij deze kinderen meer aan de hand dan alleen een lage verwerkingssnelheid.
Een lage verwerkingssnelheid kan ook zorgen voor emotionele problemen. Zoals een lage eigenwaarde, depressie en angst. Reden genoeg dus om het intelligentieprofiel van kinderen met dergelijke problemen tijdig in kaart te laten brengen. Wil je meer weten over intelligentieonderzoek? Kijk dan op de pagina 'Diensten' van Praktijk Scope.
Boeken:
Braaten & Willoughbry, 2015. Ik snap het wel, maar niet zo snel...Wat kun je doen voor kinderen met langzame informatieverwerking. Hogrefe uitgeverij bv.
Dawson & Guare, 2022. Executieve functies bij kinderen en adolescenten. Hogrefe uitgeverij bv.
Wetenschappelijke artikelen:
Gonthier, C., Tourreix, E., Besancon, M., Gr'egoire J., Guignard, J.H. (2025). Two psychometric profiles of gifted children in referred samples: The need to distinguish between homogeneous and crystallized profiles. Intelligence, Volume 112, September–October 2025. https://doi.org/10.1016/j.intell.2025.101948.
Guénolé, F., Speranza, M., Louis, J., Fourneret, P., Revol, O., Baleyte, J. Wechsler profiles in referred children with intellectual giftedness: Associations with trait-anxiety, emotional dysregulation, and heterogeneity of Piaget-like reasoning processes. European Journal of Paediatric Neurology, Volume 19, Issue 4, July 2015, Pages 402-410.
Raiford, S.E., Weiss, L.G., Rolfhus, E., & Coalson, D., (2005). General ability index [WISC-IV, Technical Report No. 4]. Retrieved from www.pearsonassessments.com.
Rimm, S., Gilman, B., & Silverman, L., (2008). Alternative assessments with gifted and talented students. In J.L. VanTassel-Baska (Ed.), Nontraditional applications of traditional testing (pp. 175-202). Waco, TX: Prufrock Press.
Wechsler, D. (2003a). Wechsler Intelligence Scale for Children (4th ed.). San Antonio, TX: Pearson.
Wechsler, D. (2012b). Wechsler Preschool and Primary Scale of Intelligence (4th ed.). Bloomington, M.N.: Pearson.
Praktijk Scope - Catharijnesingel 103 - 3511 GV Utrecht - 06 38596277